Datum : 24 maart 2009-03-24
Betreft : Intrekken aanwijzing Stichting Woondiensten Enkhuizen
Geachte heer Draaisma,
Bij uw brief van 12 november 2007 met kenmerk DGWWI/SR200707664 heeft mijn ambtsvoorgangster uw stichting een aanwijzing gegeven tot het verbreken van de band tussen uw stichting en de Stichting Welzijnswerk Enkhuizen.
In deze aanwijzing werd aangegeven dat er sprake is van een verbinding indien een toegelaten instelling financile of bestuurlijke banden met een bestaande andere rechtspersoon of vennootschap aangaat of een andere rechtspersoon of vennootschap opricht of doet oprichten op een zodanige wijze dat er in onderhavig geval sprake is van een bestuurlijke band tussen twee rechtspersonen en er daarmee een verbinding is in de zin van artikel 2a van het Besluit beheer sociale-huursector (Bbsh).
De constatering, dat er in uw geval sprake is van een verbinding met de Stichting Welzijnswerk Enkhuizen, is onveranderd gebleven.
Ik zie echter ook dat er een nauwe samenwerking tussen woningcorporatie en organisaties op andere maatschappelijke terreinen, waaronder welzijn, een goed middel kan zijn om tot betere maatschappelijke prestaties te komen. Ik heb in dat licht besloten om de aanwijzing tegen de samenwerking in de huidige vorm aan de Stichting Woondiensten Enkhuizen in te trekken.
Hierbij wil ik opmerken dat op dit moment nadere regelgeving over personele unies wordt voorbereid. Deze regelgeving wil ruimte bieden aan woningcorporaties maar tegelijkertijd het belang van de volkshuisvesting waarborgen. Uitgangspunt hierbij op het punt van personele unies is op dit moment dat slechts een personele unie op bestuursniveau en niet tegelijk op toezichtniveau zal worden toegestaan.
In uw geval komt dit erop neer dat ik de wijze waarop u de personele unie heeft vormgegeven accepteer totdat formeel in de wetgeving is vastgelegd dat dit zo niet is toegestaan. Vanaf heden zal in nieuwe gevallen in principe niet meer met een personele unie op zowel bestuur- als toezichtniveau worden ingestemd.
Tot slot benadruk ik hierbij wellicht ten overvloede nog een aantal zaken.
De door de toegelaten instelling te verrichten activiteiten in de verbinding dienen zich te beperken tot het vastgoed, waarbij de toegelaten instelling geheel zelfstandig haar activiteiten moet kunnen blijven uitvoeren, zoals omschreven in Bbsh. Ook kan het niet zo zijn dat de toegelaten instelling in de toekomst (verdere) financile banden met Stichting Welzijnswerk aangaat, omdat dat op basis van de Woningwet en het Bbsh niet is toegestaan. Behoudens de nu bestaande feitelijke personele unie blijven de Stichting Woondiensten en de Stichting Welzijnswerk twee (gescheiden) entiteiten.
Hoogachtend,
De minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
E.E. van der Laan
- Deze uitspraak heeft enorm lang op zich laten wachten, en blijkbaar was er op 1-2-09 nog een aanvullend bezwaar is ingediend, waarvan VROM nu aan Stichting Woondiensten ter overweging meegeeft deze in te trekken.
Ik blijf het eigenaardig vinden, dat er in dit geval blijkbaar een uitzondering wordt gemaakt mbt de personele unie op bestuur en toezichtsniveau, terwijl er in de brief volgens mij toch wordt aangegeven dat dit met de huidige en toekomstige wet-regelgeving op het gebied van de raad van toezicht niet is toegestaan. Of zou er inmiddels een splitsing hebben plaatsgevonden die in het bezwaar van februari wordt aangegeven?
Hoe dan ook, de minster heeft zijn oordeel geveld, en daar zullen we het mee moeten doen..
++Update++
Van de site van Nieuw Enkhuizen:
” Benieuwd zijn wij naar de reactie van de partijen welke al die jaren hebben afgegeven op de samenwerking. Partijen zijn vaak goed om hoog van de toren te blazen om hun gelijk te krijgen maar als het ongelijk wordt aangetoond dan blijft het bij sommige partijen angstig stil.”
Neem me niet kwalijk, maar wat verwacht NE nu eigenlijk, de brief is van 24-3, dus vers van de pers. Effe kalm aan ja? Blijkbaar wil het (nog steeds) niet doordringen waar die partijen die ’ zo hoog van de toren hebben geblazen’ het grootste probleem mee hadden, en dat was of de constructie volgens de Bbsh/Woningwet was toegestaan, en niet de samenwerking. Natuurlijk is constructieve samenwerking op allerlei terreinen goed, dat was/is het punt helemaal niet. En als ik de brief goed begrijp is die samenwerking ook voor de minister geen punt, maar zal de personele unie op toezichtsniveau ook in de toekomst een probleem (kunnen) zijn.
Tot slot ben ik van mening dat het welzijnswerk lekker loopt , en de welzijnsmedewerkers heel goed werk doen, en dat dit door velen (incl moi) gewaardeerd wordt.