BEANlWOORDING VRAGEN DOOR HET COLLEGE
Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 40 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2011, beantwoorden wij de vragen als volgt:
l. Het college was noch van het bericht, noch van de inhoud op de hoogte.
Bijlage 1 en 3 geven een korte weergave van het projectvoornemen. De Provinciale Staten van Flevoland heeft per motie uitgesproken dat zij de plaatsing van wondturbines op de Houtribdijk wil onderzoeken. Gedeputeerde Staten van Flevoland hebben de motie gedeeltelijk overgenomen en overgebracht aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en lnnovatie.
Het college komt aan de hand van het gepresenteerde overzicht in bijlage 1 tot de volgende conclusie: NUON Wind Development B.V. heeft een projectvoorstel ingediend om een windpark te realiseren aan de ljsselmeerdijk
In dit plan was de Houtribdijk niet voorzien als zoekgebied’ /studiegebied’.
Om het project van NUON Wind Development B.V aan de ljsselmeerdijk te realiseren is een plan van aanpak geschreven. Het plan van aanpak dient te worden vastgesteld door de Provinciale Staten van Flevoland en de gemeenteraden van respectievelijk Lelystad en Dronten. De Provinciale Staten van Flevoland hebben via een motie opgeroepen om de Houtribdijk als zoekgebied aan te wijzen voor de plaatsing van een windpark, voor de exacte locatie van het zoekgebied. Vermoedelijk heeft Provinciale Staten hiertoe besloten om zodoende het geplande windmolenpark in de Noordoostpolder (Urk) voor een gedeelte ( het deel nabij de Ketelbrug en Urk) te verplaatsen. Door deze motie worden twee afzonderlijke projecten doorkruist. De minister van Economische Zaken, Landbouw en lnnovatie heeft vooralsnog aangegeven deze optie pas te onderzoeken wanneer de Raad van State heeft besloten.
Wanneer de uitspraak van de Raad van State kan worden verwacht is niet exact te bepalen. Navraag bij de provincie Flevoland leert dat de uitspraak is verdaagd met 6 weken. Het college zal, wanneer na de uitspraak van de Raad van State over het wind park in de Noordoostpolder daartoe aanleiding geeft,
de minister van Economische Zaken, Landbouw en lnnovatie vragen of deEen zoekgbied geeft het gebied aan waarin gezocht wordt naar een geschikte locatie.
Daarnaast zij opgemerkt dat het college in haar zienswijze op het Ontwerp Structuurvisie lnfrastructuur en Ruimte (SVIR) het ministerie van lnfrastructuur en Milieu gevraagd heeft het voorkeursgebied voor grootschalige windenergie in het ljsselmeer /Markermeer te heroverwegen of tenminste van een uitgebreid afwegingskader te voorzien. Ditter voorkoming van aantasting van de beeldkwaliteit van Enkhuizen, het open karakter van het ljsselmeer /Markermeer en de belemmeringen voor de havens van Enkhuizen en de watersportjrecreatie.
Het ministerie van lnfrastructuur en Milieu heeft deze zienswijze voorzien van de volgende reactie: “De mogelijkheden voor grootschalige windenergie in het ljsselmeer en Markermeer zullen in het kader van de Rijksstructuurvisie ‘Windenergie op land’ worden onderzocht. Daarbij zullen de kwaliteiten van het landschap en de natuurwaarden alsmede de gebruiksfuncties van deze gebieden (zoals het open karakter van het ljsselmeer /Markermeer, watersportjrecreatie en bescherming van dorps- en stadsgezichten) worden afgewogen.” Het standpunt zoals naar voren gebracht in de zienswijze over windenergie, huldigt het college nog steeds. Zij ziet zich daarin gesterkt door de beantwoording in de nota van antwoord van het ministerie van lnfrastructuur en Milieu.
Over de Flora en Fauna (soorten bescherming) en de Natuurbeschermingswet (gebiedsbescherming) het volgende: het ligt in de lijn der verwachting dat beide wettelijke regimes van toepassing zullen zijn op een mogelijk voornemen op of in de nabijheid van de Houtribdijk/ ljsselmeer en Markermeer. In welke mate deze beide wettelijke regimes een mogelijk projectvoorstel be”invloeden valt nu niet te beoordelen.
Zowel het ljsselmeer alsmede het Markermeer zijn beide aangewezen als Natura 2000 gebied3. Deze aanwijzing volgt uit Europese richtlijnen en is verankerd in de Natuurbeschermingswet.
-
Het college is vooralsnog niet betrokken geweest bij een alternatief plan.
Overleg met de provincie Flevoland leert ons dat er geen concreet plan voor de Houtribdijk ter visie ligt. Het stadium in de planvorming is verkennend, maar heeft nog geen officiele status zoals weergegeven in bijlage 2. Voor het plan aan de ljsselmeerdijk is de status “melding initiatiefnemer”, zie bijlage 2.
-
N.v.t.
-
N.v.t.;
-
Het college zal de medeoverheden vragen om Enkhuizen actief te informeren over de status van het project;
-
Wanneer het voornemen van de provincie Flevoland uitmondt in een concreet plan, betekent voornoemde dat er een vergunningsprocedure moet worden doorlopen. Wanneer er meer dan l 00 MW wordt opgewekt.
door het mogelijke projectvoorstel van de NUON Wind Development B.V. is de Rijksco6rdinatieregeling van toepassing. Dit betekent dat het Rijk verantwoordelijk is voor het opstellen van de diverse plannen en uitvoeringsbesluiten, waaronder ook een zogenaamd inpassingsplan. Een inpassingsplan is een bestemmingsplan opgesteld door het Rijk. Deze procedure is vatbaar voor bezwaar (zienswijze) en beroep. Het college zal van deze mogelijkheid gebruik maken wanneer de belangen van de gemeente onevenredig worden geschaad. De raad zal daarover worden geinformeerd. Wanneer het projet onder de 100 MW blijft heeft de provincie het gezag. Hiertegen is, voorzover nu valt te beoordelen, op basis van de Crisis en herstelwet geen beroep mogelijk door medeoverheden. Wanneer de provincie Flevoland bevoegd gezag is, is vooroverleg met de provincie Flevoland derhalve cruciaal om bij de besluitvorming de stem van Enkhuizen te Iaten horen.
Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van En k h u i z e n
De secretaris, De burgemeester,
(R.M. Reus) U.G.A. Baas) Enkhuizen, 14 december 2011